Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

“Teken een boom, en ik verte...

11 september 2020

Een vluchtige pennenstreek of takken met elk blaadje in detail. Een stevige stam en wortels tot diep in de grond of enkel een dunne stam. Voer voor psychologen. Het zegt natuurlijk wel iets over hoe je kijkt naar de natuur, hoe je de natuur ziet. Olifanten zien we graag als de krachtpatsers van de natuur, terwijl mieren in onze achtertuin takken en prooien tillen die veel zwaarder wegen dan zijzelf. De zeearend die met krachtige vleugelslagen een vis uit het water grist, terwijl enkele weken geleden ‘onze’ zwaluwen vanuit Nederland naar Centraal Afrika vliegen. In drie tot vier weken tijd vliegen ze 8.000 km. En dat voor een vogeltje van amper 18 gram. Met de zwaluwen trekken meer vogels richting het zuiden. Met het najaar in het vooruitzicht wordt het rustiger. Niet alle vogels trekken weg, sommigen blijven hier en overwinteren. Er zijn ook vogelsoorten die vanuit het noorden juist naar hier komen om de winter door te komen. Doordat we de afgelopen jaren meer natuur in Nederland zijn gaan maken en leefgebieden worden vergroot, trekken ook andere vogels naar Nederland. Ook op onze natuurbegraafplaats zien we veranderingen. Door onze zorg voor de natuur, ontstaat er een grotere diversiteit, waar ook andere soorten vogels op af komen. Vogels die we daarvoor niet of nauwelijks zagen, komen nu langs voor een bezoekje of bouwen zelfs een nest in ons gebied. Kom kijken op de natuurbegraafplaats om verschillende soorten vogels te zien. Je kunt ook mee wandelen tijdens een van de wandelingen die we maandelijks organiseren op de 2e dag van de maand. Meer informatie

Heidepol

Het dierenrijk van Heidepol

8 september 2020

In de natuur van Heidepol vinden verschillende zoogdieren hun thuis. Welke dit zijn én waaraan je hun sporen kunt herkennen, lees je hieronder. Zoals welbekend voor velen, is de natuur van Heidepol rijk aan dassen. We vertellen onze bezoekers dan ook graag over de dassenburcht. Er is zelfs een wandelpad naar het marterachtige beestje vernoemd. Wanneer je een wandeling door de natuur van Heidepol maakt, tref je het werk van de das dan ook regelmatig aan. In de zomer zie je bijvoorbeeld banen van platgelopen gras op de velden. Grote kans dat dit spoor, wanneer je het zou volgen, leidt naar een opgegraven wespen- of hommelnest. De das graaft deze nesten op om zich te goed te doen aan de nog niet uitgekomen wespen. In het voor- en najaar wroeten de dassen op de velden van Heidepol naar insectenlarven. Vooral in kort, omgewoeld gras zie je de afdrukken van een dassenneus duidelijk. Helaas hebben we als beheerders nog steeds geen das op Heidepol gespot. Andere collega’s hebben meer geluk gehad. Een ander dier waar een wandelpad naar is vernoemd, is de vos. Van de vos weten we dat hij niet in ons natuurgebied woont, maar Heidepol wel regelmatig bezoekt. Af en toe treffen we het dier in levende lijve aan. Daarnaast zien we vooral veel sporen die zijn aanwezigheid verraden, vooral keutels. Deze laat de vos op goed zichtbare plekken na. Het beest, dat behoort tot de familie van de hondachtigen, lijkt in uiterlijk ook daadwerkelijk op een hond, maar zijn keutel ziet er anders uit: deze is grijs tot zwart gekleurd en er zit een langgerekt puntje aan. De haas, die bekend staat als een dier dat op open velden zoals landbouwgebieden voorkomt, is een van de kersverse nieuwe bewoners van ons natuurgebied! Het dier laat zich, vooral in de ochtend, regelmatig op de velden zien. Van de haas zijn aardig wat sporen te vinden op Heidepol, zoals keutels, die net wat groter zijn dan konijnenkeutels. Ook zie je vraatsporen aan bomen en struiken. En in tegenstelling tot het konijn maakt de haas geen hol maar graaft een ‘leger’. Dit is een soort kuiltje in de grond waarin hij overdag rust. Waar we als beheerders erg blij mee zijn, is dat er sinds kort reeën in ons natuurgebied voorkomen. Waarom we hier zo blij mee zijn? We hebben verschillende maatregelen getroffen die het makkelijk maken voor dieren zoals de ree, om ons natuurgebied te bezoeken. Zo is het wildrooster op de parkeerplaats verwijderd en hebben we het hek rondom het natuurgebied op verschillende plekken verlaagd. En ja, onze maatregelen hebben effect gehad! Met een wildcamera hebben we meerdere reeën gefilmd en enkele collega’s hebben al het geluk gehad er zelf een te spotten. Terecht dan ook dat we een nieuw wandelpad, dat van ons oorspronkelijke natuurgebied richting het nieuwe gedeelte loopt, het Reeënpad hebben genoemd.

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

Een natuurlijke combinatie

28 mei 2020

De Gezondheidsraad heeft onlangs in een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken geschreven dat de nieuwe techniek, alkalische hydrolyse, voldoet aan voorwaarden om haar toe te staan. Het oplossen van overleden dierbaren in vloeistof bij het afscheid wordt daarmee misschien op termijn mogelijk. De techniek, ook wel resomeren genoemd, is een duurzaam alternatief voor crematie, omdat er geen verbranding plaatsvindt, én ook voor het begraven met over afstand vervoerde grafstenen. Resomeren, waar verbranding of het transport van zware grafstenen niet aan de orde is, leidt daarom tot een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot. Resomeren, is daarmee ook een welkome aanvulling op de persoonlijke en duurzame keuze voor eeuwige grafrust in de natuur. Resomeren is meer dan een welkome aanvulling want, na het begraven van een dierbare in een natuurgraf, is de combinatie van natuurbegraven en resomeren daarmee de meest duurzame wijze van afscheid nemen. Want resomeren biedt, net zoals met de as na een crematie, de mogelijkheid om het in water tot poeder opgeloste lichaam, als stof in een urn of anderzijds voor eeuwig in de natuur te begraven. Uit onderzoek blijkt dat ruim 25 procent van de Nederlanders resomeren zou overwegen voor de eigen uitvaart. Het is nu aan de Tweede Kamer om te besluiten of de wet op de Lijkbezorging, waar resomeren onder valt, wordt aangepast.

Heidepol

Nieuwe natuur

27 mei 2020

Vanaf dinsdag 2 juni ben je van harte welkom in het nieuwe gedeelte van ons natuurgebied. Heidepol toen… In 2012 opende wij onze deuren als eerste natuurgebied in Nederland waar een laatste rustplaats mogelijk was. Kees Benthem startte als eerste personeelslid en werkt nog steeds met veel plezier op Heidepol: “Ik herinner mij nog goed de eerste begrafenis die ik hier begeleidde; het was een plek tussen de bomen en ik zag wat een rust het kan geven aan nabestaanden om midden in de natuur afscheid te nemen van je dierbare. Het maakt het verdriet weliswaar niet minder, maar het paste zo goed bij deze familie. Het was toen prachtig om te zien en zo voelt dat nog steeds iedere dag dat ik hier op Heidepol bij een uitvaart ben.” … en nu 8 jaar later en Heidepol is een dierbare plek geworden voor velen. We zijn blij dat we ons natuurgebied met 8 hectare kunnen uitbreiden en zo nog meer mensen een plek in de natuur kunnen bieden. Op dit voormalige weiland krijgt de natuur nu weer volop de ruimte en kun je ook de glooiing weer goed zien. In het veld ontwikkelt zich een grasland met bloemen, kruiden en heide die passen bij de droge schrale zandgrond. De omringende bosrand wordt gevormd door inheemse bomen en struiken zoals brem, hazelaar, linde en grove den. Zo sluiten we aan bij de omringende natuur en vergroten we het leefgebied van de planten en dieren die zich hier thuis voelen. Je bent welkom om ook hier te komen wandelen. En heb je vragen of wil je meer weten over het natuurgebied? Kom dan gerust langs in ons informatiecentrum.

Heidepol

De zandhagedis op Heidepol

26 mei 2020

Als je op een zonnige lentedag in de vroege ochtend een stukje over Heidepol wandelt, is de kans groot dat je een zandhagedis op een boomstam of pad in de zon ziet liggen. Daar warmt hij zich lekker op. Tijdens het opwarmen is het verschil tussen het mannetje en vrouwtje goed te zien. Waar het vrouwtje vooral bruin is, heeft het mannetje in het voorjaar en de zomer felgroene kleuren. Na het zonnebaden gaan ze op jacht naar insecten en andere geleedpotigen in de lage begroeiing van (gras-)velden en bosranden. In Nederland leeft de zandhagedis onder andere op hogere zandgronden zoals de Veluwe en in duingebieden. Omdat de zandhagedis vooral in open gebieden met een lage vegetatie leeft, is het belangrijk dat dit soort gebieden met elkaar verbonden zijn, zodat de dieren zich gemakkelijker daartussen kunnen verplaatsen. Vooral het mannetje beweegt zich graag heen en weer in zijn leefgebied, waarbij hij zo’n 500 meter aflegt. In de omgeving van Heidepol zijn een aantal andere gebieden waar de zandhagedis voorkomt, maar deze zijn van onze natuurbegraafplaats afgesloten door bijvoorbeeld bos of wegen. Door ons nieuwe natuurgebied ook geschikt te maken als leefgebied voor de zandhagedis en andere diersoorten die in vergelijkbare gebieden leven, dragen we eraan bij dat zij zich beter kunnen verspreiden. Ook liggen onder de wegen verschillende tunnels om de verbinding te maken tussen het ene en het andere leefgebied. Zo kunnen de diertjes zich makkelijker tussen de verschillende gebieden bewegen.

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

Vliegenvangende luchtacrobaten

25 mei 2020

De dagen worden langer en knoppen bloeien uit tot prachtige bloemen of verse groene blaadjes. Blaadjes die gegeten worden door larven van vlinders, kevers en andere insecten. Deze larven worden weer gegeten door andere insecten of vogels, of dienen als voer voor de jonkies die net uit hun ei zijn gekropen. Jonge vogels eten een veelvoud aan lichaamsgewicht voor de groei. Er moeten dus heel wat rupsen, vliegjes of andere insecten gevangen worden, willen alle vogels zo groot en sterk worden als hun ouders. Sommigen vangen op meesterlijke wijze al vliegend de vliegjes en muggen uit de lucht, wendbaar en snel. Zwaluwen hebben dit tot een kunst verheven. Als ware luchtacrobaten vliegen ze op hoge snelheid hoog in de lucht hun kostje bij elkaar, wat dagelijks neerkomt op duizenden vliegjes, mugjes of andere insecten. Nederland telt drie soorten zwaluwen: de boerenzwaluw, de huiszwaluw en de oeverzwaluw. In april komen ze na een vlucht van zo’n 9.000 km vanaf zuidelijk of midden Afrika weer terug in Nederland. Vrijwel altijd weer op hetzelfde nest; onvoorstelbaar hoe ze zo precies de weg weten. In mei komen de eerste van de drie tot zes eitjes uit en worden de jongen volgestopt met alle vliegen en muggen die de ouders maar kunnen vangen. De boerenzwaluw (de meest bekende zwaluw) heeft twee tot drie legsels per jaar en dus evenzoveel hongerige kinderen. Zwaluwen bouwen hun nesten in oude bomen, maar ook onder dakranden en schuren. Je komt ze dus overal tegen. Een hele bijzondere zwaluw, die eigenlijk helemaal geen zwaluw is, is de gierzwaluw. In de evolutie hebben beide vogelsoorten een zelfde aanpassing doorgemaakt en kennen ze nu een vrijwel dezelfde levenswijze. De gierzwaluw komt in het voorjaar vanuit midden Afrika naar Nederland gevlogen. Bouwt hier een nest, legt eieren, brengt zijn kroost groot en vliegt in augustus weer terug naar Afrika. Het bijzondere van deze vogel is dat hij nooit aan de grond komt. De gierzwaluw eet, drinkt en slaapt al vliegend door de lucht. Behalve om te broeden; dat doet -ie in een nest in een oude boom of in of langs daken. De gierzwaluw is overigens goed te onderscheiden van de echte zwaluw. Als hij vliegt lijken zijn gespreide vleugels samen een sikkel te vormen. En zodra hij laag vliegt, is duidelijk aan het gierende geluid te horen waar -ie zijn naam aan te danken heeft. Gierzwaluwen vliegen veelal in groepen en kwetteren er daarbij vrolijk op los met elkaar. Als je de zwaluwen (en jezelf) een plezier wil doen, hang dan nestkasten op rondom je huis. Zeg nou zelf; in plaats van het brommen van een vlieg, hoor jij toch ook liever het kwetteren van een zwaluw?

Heidepol

Even voorstellen...

12 maart 2020

Annemiek Hellings Ik ben Annemiek Hellings, 38 jaar en sinds november 2019 werkzaam op Heidepol. ‘Werkzaam’ suggereert dat ik er werk. Toch voelt dat heel vaak niet zo. Als ik op Heidepol ben, gaat het vooral om in verbinding zijn. Ik ben in verbinding met die mooie plek, met mijn fijne collega’s en natuurlijk met alle mensen die een reden hebben om Heidepol te bezoeken. Meestal is die aanleiding in meer of mindere mate verdrietig en soms ook helemaal niet. De overeenkomst is wat mij betreft dat ik echt ben en er echt ben. Daarbij probeer ik altijd iets aardigs toe te voegen. Een stukje oplopen met mensen op een kwetsbaar moment in hun leven doe ik al wat langer. Vroeger werkte ik in Midden-Amerika in een tehuis voor misbruikte kinderen. Het heeft mij geleerd hoe waardevol het is als je je oprecht verbindt aan iemand die het moeilijk heeft. Dat deed ik als mens, intuïtief. Door de opleiding voor hulpverlener in de verslavingszorg en psychiatrie te volgen, legde ik een theoretische basis onder die intuïtie. Dat kon ik later ook weer gebruiken in mijn werk als uitvaartbegeleider. Voor mij is altijd het begin: contact maken en zoeken naar de verbinding. En als die verbinding er is, kun je samen verder komen. Daar word ik blij van. Ik ontmoet je graag een keer op Heidepol! Marianne Broersen Telkens als ik over de oprijlaan met de beuken aan weerszijden rijd of wanneer ik kijk naar het open veld voor me, voel ik de ontroering en rust die deze plek uitstraalt. Toen ik jaren geleden voor de eerste keer op Heidepol kwam, was ik direct onder de indruk van deze plek. Ik stel me graag even voor. Mijn naam is Marianne Broersen. Sinds 1 mei 2019 ben ik werkzaam als informatiemedewerker op Heidepol. Het grootste deel van mijn leven woon ik in Arnhem. Een fijne omgeving met veel mooie natuur. Na meer dan 35 jaar in het onderwijs gewerkt te hebben, ben ik blij dat ik nu op deze prachtige natuurbegraafplaats mag werken. De combinatie van mooie ontmoetingen én genieten van de natuur op Heidepol maken het werk heel speciaal. Ik voel me bevoorrecht om mensen rond te leiden en samen met hen een plekje uit te zoeken. Tijdens uitvaarten merk ik dat de natuur zorgt voor rust en alles wat zachter maakt. Dat heb ik ook zelf ervaren toen ik met mijn zusje een plek ging uitzoeken op Heidepol. Toen ze een tijdje later werd begraven, was dat, ondanks het verdriet, heel mooi en natuurlijk. Het was een liefdevol afscheid, waarin we als familie de tijd en ruimte kregen om zelf invulling te geven aan de uitvaart. Deze rust en ruimte ook aan anderen kunnen bieden, vind ik heel waardevol. Samenwerken met fijne collega’s en het enthousiasme voor de natuur delen met elkaar, maken het werken op Heidepol voor mij heel bijzonder. Ik kijk ernaar uit je te ontmoeten op Heidepol!

Heidepol

De lente komt eraan!

12 maart 2020

Overal op Heidepol is te zien dat de lente in aantocht is; de dagen worden langer en de temperatuur stijgt. Met als gevolg dat veel planten en dieren weer actief worden. Zo liet de hazelaar zoals ieder jaar als eerste zijn bloei zien en beginnen andere struiken al voorzichtig te krijgen. Vooral de Europese vogelkers is er vroeg bij dit jaar, en sommige struiken staan op het punt te bloeien. De sleedoorn met zijn witte bloemen is een van de eerst bloeiende struiken in ons land. Wat opvalt aan deze struik is dat hij eerst bloeit en dat er daarna pas blad aan de struik komt. Bovendien zie je aan verschillende dieren dat het voorjaar nadert, vooral aan de vogels. Lijsters zingen hun mooiste lied. Vooral de zanglijster valt op, die zich hoog vanuit een boom laat horen. De merel, die in de late winter een beetje hakkelend zijn zang oefent, zingt nu uit volle borst. Behalve als hij druk ruziemaakt met andere mannetjes-merels om zijn territorium te bepalen. Ook de vinkenslag hebben we al gehoord, die de vink – net zoals de merel – eerst flink moest oefenen. Hij schraapt als het ware zijn keel na een lange periode van stilte. De nestkastjes die op verschillende plekken op ons terrein zijn opgehangen, worden in deze tijd al drukbezocht. Mezen vliegen er in en uit om alvast te kijken of ze geschikt zijn om later dit jaar een nestje in te bouwen. Ondertussen hebben we de eerste zomergast gespot op onze natuurbegraafplaats: de witte kwikstaart. Dit kleine vogeltje met zijn wippende staart is een van de eerste vogels die terugkomt uit zijn overwinteringsplaats aan de Noord-Afrikaanse kust. Vogels zijn niet de enige dieren op onze begraafplaats, waaraan te zien is dat het voorjaar begint. Op de meest warme en vooral zonnige dagen bestaat een kans dat je al een vroege zandhagedis kunt zien zonnebaden. Zodra de zon achter een wolk verdwijnt, trekt hij zich terug in zijn holletje of onder een boomstam.

Heidepol

Naar een toekomstbestendig bos

3 december 2019

Op Heidepol werken we aan een toekomstbestendig bos. Daarom zorgen we dat onze productiebossen zich ontwikkelen naar een gemengd natuurbos met verschillende soorten inheemse bomen van alle leeftijden. Zo is het bos weerbaar tegen ziektes en klimaatverandering en is er altijd wel een open plek waar lichtminnende bossoorten zich thuis voelen en jong bos zich goed kan ontwikkelen. Hoe belangrijk dat is, is te zien aan de fijnsparren op Heidepol. Net zoals op veel plekken in Nederland en daarbuiten, hebben ook de bossen op de Veluwe te lijden gehad onder de droogte van de afgelopen jaren. Daardoor zijn bijvoorbeeld veel van de fijnsparren verzwakt geraakt en kreeg de letterzetter -een klein kevertje- massaal de kans haar eitjes te leggen in de bast van deze naaldbomen. De komende periode gaan we daarom een groot deel van deze dode en verzwakte fijnsparren kappen en op deze plekken nieuw bos aanplanten. We doen dat met diverse soorten inheemse loof- en naaldbomen zoals beuk, eik, berk en grove den. Daaronder komt een fijne struiklaag met lijsterbes, hazelaar en brem, en op de grond een kleurrijk geheel van planten zoals vingerhoedskruid, bosvergeetmijnietje en dagkoekoeksbloem. Zo ziet het nieuwe bos er straks niet alleen aantrekkelijk uit, maar is het ook toekomstbestendig en biedt het een fijne leefomgeving voor allerlei planten en dieren. Uiteraard houden we bij de werkzaamheden rekening met het broedseizoen en de dassenfamilie die in de buurt van het fijnsparren bos een schitterende burcht heeft. Een deel van de werkzaamheden vindt daarom in januari plaats en de rest van de werkzaamheden volbrengen we in juli/augustus. Op de bordjes in het natuurgebied kun je hier meer over lezen, maar je kunt natuurlijk ook altijd een van de natuurbeheerders aanspreken. De natuur is altijd in beweging en wij bewegen mee.

Heidepol

Herfst op Heidepol

22 november 2019

De veranderlijkheid van de natuur laat zich elke keer weer op bijzondere wijze zien. Niet alleen het verkleuren en loslaten van de bladeren en de geuren die de seizoenen met zich meebrengen; ook de flora en fauna op natuurbegraafplaats Heidepol laat zich meer of juist minder zien. Bij het verkleuren van de bladeren, schieten de eerste paddenstoelen uit de grond. Paddenstoelen zijn de vruchten van schimmels en zijn vooral in de herfst in alle kleuren en vormen te bewonderen. Wanneer de bodem nog warm en lekker vochtig is, zuigen ze zich vol met vocht om zo hoog mogelijk boven de bodem uit te groeien en hun sporen te verspreiden. Paddenstoelen zijn de vuilnisman voor hun omgeving. Biologisch afval wordt door hen opgeruimd en zelfs gerecycled tot nieuw voedsel voor planten en dieren. Met de naderende kou, bereiden veel dieren ook hun winterverblijf voor. De das beweegt zich voort onder het motto ‘Een goede voorbereiding is het halve werk!’, en werd enkele maanden geleden al druk in de weer gezien door onze natuurbeheerders. Zijn oude isolatiedeken van gras en ander materiaal was nodig toe aan vervanging. Een nieuwe voorraad is verzameld en zal de komende maanden nog aangevuld worden. Zo komen dassen hun winterrust geïsoleerd door en bieden ze hun nakomelingen tijdens de koude dagen een warm welkom. Ook verschillende vogels laten zich zien dit seizoen. Denk aan de kramsvogel, de koperwiek en de sijs. Onze natuurbeheerders hebben meeskasten opgehangen vlakbij de eiken waar de eikenprocessierups zijn nest heeft gebouwd. De koolmezen zijn hier vaker te zien en bekijken of dit plekje een mogelijk nieuwe broedplek voor ze kan worden. Met het oog op de jongen die uitkomen zodra de processierupsen weer actief zijn, zou dit voor de vogels een ideale plek zijn met voldoende voedsel.

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

Hoe komen bijen de winter door...

19 november 2019

Met de winter in aantocht zijn de meeste insecten al voorbereid op de koude periode. Sommigen vliegen naar het warme zuiden, anderen overwinteren als ei of als larve. Ook zijn er insecten, waaronder bijen, die overwinteren als volwassen insect. Ze trekken zich terug in dicht struikgewas, in holtes van bomen of in holletjes onder de grond. In Nederland kennen we 360 verschillende soorten bijen. Met de honingpot op tafel denk je wellicht: dat zullen wel honingbijen zijn. Maar niets is minder waar. Er is slechts één honingbijensoort in Nederland. Alle andere soorten bijen vallen in de categorie ‘wilde bijen’ en leven veelal alleen. Hun nest is vaak een holletje, waarin ze zich alleen terugtrekken. De namen van de bijen verraden al een beetje waarin ze het liefst hun holletje maken: denk aan de houtbij of de zandbij. Overigens maakt een zandbij ook holletjes in klei of in de bloempot op het balkon. De slakkenhuisbij is daarentegen alleen tevreden met -je raadt het al- een slakkenhuis. Dan is er ook nog een bijtje dat alleen de mooiste blaadjes verzamelt om er de wanden van zijn nest mee te ‘behangen’: de behangersbij. Een andere soort bij is de koekoeksbij die net zoals de echte koekoek het werk voor hem laat doen en zijn eitjes in het nest van een ander legt. Bij een eitje verzamelen de bijen voedsel voor het moment dat de larve uit het ei komt. De larve eet zich direct na de geboorte vol aan dit voorraadje stuifmeel en nectar. Na het verpoppen van de larve, komt er vervolgens een bijtje uit en is de cyclus weer rond. Bij het naderen van de winter trekt de volgende generatie bijtjes zich terug in hun holletje. De gangen zijn vaak 30-40 cm diep, genoeg om vorstvrij de winter door te komen. Sommige zandbijen gebruiken samen een ingang en onder de grond heeft elke bij zijn eigen gangetje waarin hij overwintert. Na de overwintering vliegen eerst de mannetjes uit. Een paar dagen of weken later volgen de vrouwtjes. De mannetjes zijn eerder, omdat zij zo een grotere kans maken om te paren. Zodra een vrouwtje bevrucht is, begint ze direct een nest te bouwen. Als mannetje wil je dus niet te laat zijn, na alle ontberingen van de winter. Wanneer alle eitjes zijn gelegd en van voedsel voorzien, is het bijtje uitgeput en sterft het.

Heidepol

Nachtvlinder monitoring

19 september 2019

We zijn benieuwd welke planten en dieren op onze natuurbegraafplaats leven. Daarom hebben er dit jaar al verschillende monitoringsrondes plaatsgevonden. Op zondag 25 augustus waren de nachtvlinders aan de beurt. Veel nachtvlinders of motten zijn vooral ’s avonds en ’s nachts actief. Daarom gaat zo’n monitoring anders in zijn werk dan de meeste monitoringen. Omdat je ’s nachts niet goed kunt zien, moeten de nachtvlinders gelokt worden. Dit kan op meerdere manieren. Wanneer je ’s avonds in het donker buiten zit, zie je vaak dat nachtvlinders op verlichting afkomen. Daar wordt bij het monitoren van nachtvlinders dankbaar gebruik van gemaakt. Hiervoor werken we met een laken en een lamp; een gespannen laken wordt achter een lamp opgehangen. Omdat de nachtvlinders op het licht afkomen, gaan ze op dit laken zitten en zijn ze goed te bekijken. Een andere manier om de nachtvlinders te analyseren, is door een zoete (alcoholische) stof op een boom te smeren. De nachtvlinders komen op de zoete stof af en blijven door de alcohol wat langer rustig zitten. Hierdoor zijn ze goed te bekijken met een zaklamp. Maar hoe weet je nu of het een nachtvlinder is die op je laken of smeersel zit? Dag- en nachtvlinders zijn op meerdere manieren van elkaar te onderscheiden. Ten eerste zijn veel nachtvlinders natuurlijk in het donker actief. Ook zijn veel soorten minder fel gekleurd dan dagvlinders. Verder verschillen de antennes duidelijk: deze zijn bij nachtvlinders gevederd en hebben geen knopje aan het uiteinde. Bij dagvlinders zijn de antennes niet gevederd en zit er een knopje of bolletje aan het uiteinde. Ook de stand van de vleugels is anders: de meeste dagvlinders houden hun vleugels in rust omhoog of uitgeklapt. Bij nachtvlinders zijn deze vaak over het lichaam naar achteren gevouwen. In onderstaand plaatje, afkomstig van ‘De Vlinderstichting’, is het verschil tussen de vleugelstand en antennes goed te zien.

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

Donders wat een weer

28 augustus 2019

Regen, wind, donder, bliksem en toch een aangenaam temperatuurtje. Groeizaam weer, noemen ze het ook wel. De regen brengt groei en vitaliseert. Binnen een mum van tijd staat de natuur er anders bij. Frisser, groener, stralender. Veel mensen herkennen het; na het douchen voel je je ook een stuk beter, frisser, opgewekter en misschien zelfs wel stralender. Bij een plant kun je je nog voorstellen dat de plant het water opneemt en dan ineens groeit. Maar wij mensen nemen niet effe een litertje water op via onze tenen en voeten. Hoewel water bijzondere eigenschappen heeft, heeft het vooral het effect dat het al je zintuigen activeert; een lichte massage van je huid, het geluid, het schoonspoelen, het geleiden van je huid, de reuk, de tintelingen, etc. etc. Alles staat ineens aan. Op een plant heeft regen een vergelijkbaar effect als een douche op de mens. Tussen de haren op het blad en stengel wordt stof en ongedierte weggespoeld. De trillingen van de druppels activeren de plant. De plant reageert op het geluid van de vallende druppels. Uit nationale en internationale onderzoeken komt naar voren dat planten beter groeien bij bepaalde geluiden. Dus het praten of zingen tegen planten helpt echt, tenminste als je aardig bent natuurlijk. Ook onder de grond heeft regen een verkwikkende werking. Regen zorgt er namelijk voor dat mineralen beter beschikbaar zijn voor de plant.

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

De intelligentie van de natuur...

6 juni 2019

Er zweeft van alles door de lucht. Het eerste waar je dan aan denkt, zijn vogels, vlinders of wellicht zelfs een vleermuis. Nog kleiner zijn het de parasolzaden van een paardenbloem of kleine diertjes zoals muggen, bijen of rupsen. Okay, die rupsjes zweven niet helemaal vrij door de lucht, ze hangen aan een dun draadje. Zoals je ook in de zweefmolen hangt. Zwevend in de wind. Verschil is dat de rups het draadje zelf maakt en dat het bittere noodzaak is. Waarschijnlijk werd de rups achterna gezeten door een vogel en heeft ie zich van het blad laten vallen of verplaatst hij zich zo naar een andere plek. Bijvoorbeeld naar de grond om er zich te verpoppen. De meeste rupsen die zo aan een draadje hangen zijn bladrollers. En hoe herken je een bladroller? Juist, die rolt het blad op. Maar zoveel bladrollers, zoveel manieren om het blad op te rollen. Sommigen zitten op het topje van een takje en trekken alle jonge bladeren als een propje bij elkaar. Sommige “plakken” twee blaadjes aan elkaar en gaan daar tussen zitten. Sommigen rollen een blaadje letterlijk op tot een rolletje. Ze doen dit om zich te beschermen tegen vogels en alle andere bedreigingen. Rupsen zijn namelijk een favoriete snack van vogels, want ze zitten boordevol met eiwitten. Dit is precies wat vogels nodig hebben om aan te sterken na een lange vlucht uit Zuid-Europa of Afrika, en dient als krachtvoer voor hun opgroeiende kuikens. De rupsen hebben verschillende technieken “bedacht”, of beter gezegd uitgeselecteerd, om aan de vogels te ontkomen. Ten eerste zijn het hele snelle groeiers. In korte tijd, vaak maar enkele weken, vreten ze zich helemaal vol. In deze tijd worden ze tot wel 1000 keer zwaarder dan toen ze uit het ei kwamen. Hoe sneller ze verpoppen, hoe kleiner de kans dat ze gezien en gepakt worden. Een pop is namelijk wat minder smakelijk dan een vers rupsje. Een ander beproefde tactiek is het hebben van haren of een hele vieze smaak. Sommige rupsen zijn gecamoufleerd en lijken op een takje, doorn of vogelpoep. Anderen zien er juist heel gevaarlijk uit met felle kleuren of stekels. Nog anderen worden beschermd door andere dieren of zijn zelfs giftig. En de vogels zitten natuurlijk ook niet stil en passen zich daar weer op aan. Bijvoorbeeld de koekoek, die eet hele harige rupsen. Even terug naar de bladroller, het draadje waar hij aan hangt, perst hij net zoals de zijderups uit zijn eigen lijf. Met dezelfde draadjes rolt of plakt hij ook de bladeren op elkaar. Dus als je weer een rups aan een draadje voorbij ziet zweven in het bos, verwonder je dan over de intelligentie van de natuur. Een intelligentie die onze verbeeldingskracht vaak te boven gaat. Zijn wij als mensen wel intelligent genoeg om de intelligentie van de natuur te zien? Het is daarom goed dat we met zijn allen veel doen om de natuur te behouden en om meer natuur te maken. Want hoe diverser de natuur is, hoe meer we ons kunnen verwonderen!

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Samen nieuwe natuur maken

15 maart 2019

“Het voelt als een eer om dit te mogen doen”, aldus Piet den Besten. Piet is één van de mensen die een plekje heeft op natuurbegraafplaats Schoorsveld. Vandaag plant hij mede een boompje ter ere van de officiële opening van een nieuw stukje natuur. Vlakbij natuurbegraafplaats Schoorsveld in Heeze. Op 15 maart opende Stichting Nieuwe Natuur hier met Groen Ontwikkelfonds Brabant het eerste stukje nieuwe natuur. Piet: “Aan het eind van je leven, voor eeuwig mogen rusten in deze mooie natuur en zo bij te dragen aan meer natuur. Wat is er mooier dan dat? Dit is echt geven met een warme hand.” Een voormalig landbouwperceel is omgevormd naar een vochtig natuurgrasland met bosschage en een ijsvogelwand. Samen wordt hier gewerkt aan een mooi beekdallandschap langs de Sterkselse Aa. Natuurbegraven Nederland heeft Stichting Nieuwe Natuur opgericht, in samenwerking met Natuurmonumenten. Provincie Noord-Brabant en Groen Ontwikkelfonds Brabant stellen middelen beschikbaar. “De Provincie juicht initiatieven als deze toe” zegt Johan van den Hout, gedeputeerde Provincie Noord-Brabant. “De natuur is bij uitstek een kans voor ondernemers. Door hierin te investeren dragen ze bij aan het natuurnetwerk Brabant. En juist burgers en ondernemers nemen dit op zich. Met de realisatie van dit eerste nieuwe stukje natuur draagt Stichting Nieuwe Natuur hieraan bij. Ik ben blij verrast dat de samenwerking met Groen Ontwikkelfonds Brabant zo mooi uitpakt.” Mary Fiers, directeur Groen Ontwikkelfonds: “Recent heeft onderzoek laten zien dat burgers in hun provincie het meest trots zijn op de natuur in hun omgeving.” Natuur in Nederland ontstaat niet vanzelf. Er wordt altijd wat vanaf geknabbeld. Samen met Stichting Nieuwe Natuur draagt het Groen Ontwikkelfonds Brabant graag bij aan het realiseren van nieuwe natuur. “Het is de ambitie én de opdracht van Groen Ontwikkelfonds Brabant om in de komende 10 jaar 10.000 hectare nieuwe natuur te realiseren. Voor het goede beeld: dat zijn liefst 20.000 voetbalvelden. We zijn hard op weg om dat voor elkaar te krijgen. Initiatieven als deze helpen daarbij. Vooral ook omdat ze laten zien dat nieuwe natuur aanleggen ook prima gecombineerd kan worden met andere maatschappelijke wensen,” aldus Mary. “Schoorsveld leeft”, zegt Piet. “Er valt altijd wat te zien. Ik kom hier regelmatig om te wandelen en steeds verwonder ik me weer over de natuur die hier elke keer anders is. Deze boom symboliseert voor mij de groei van dit natuurgebied. Hier neem ik mijn kleinkinderen mee naar toe en zeg, kijk, deze boom heeft opa mee geplant.”

Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Steeds meer planten en dieren ...

29 januari 2019

Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar nog geen acht jaar geleden bestond Heidepol alleen nog maar uit een productiebos en landbouwgrond. Nu genieten er elke dag mensen van de weidsheid van het open veld met zijn grassen en kruiden, en wandelen ze door de stilte in de omringende bossen. Ook de natuur geniet volop van deze ontwikkeling. Voordat de eerste mensen een plekje konden uitzoeken op natuurbegraafplaats Heidepol, hebben we in het begin met name de grote structuur van het gebied teruggebracht. We zorgden ervoor dat op de velden waar eerst akkergewassen werden verbouwd in de toekomst weer heide kan gaan groeien. En dat je weer de mooie glooiing van het Papendal kunt ervaren. Nu werken we aan de hand van ons beheerplan stapje voor stapje aan het nog mooier maken van het echte Veluwe-landschap op Heidepol. Elke dag zijn we bezig met het vergroten van de biodiversiteit, het terugbrengen van het oorspronkelijke landschap en de planten en dieren die hier van nature thuishoren. Ook dit jaar zijn we weer hard aan het werk. Zeker de wintertijd, wanneer het grootste deel van de natuur winterslaap houdt, is een goede periode om dingen aan te pakken. Zo kan straks de nieuwe ruimte volop benut worden door de groeispurt van de lente, als de vogels gaan broeden en alle planten weer gaan uitlopen. We zijn blij om te merken dat steeds meer soorten dieren en planten daarvan kunnen genieten. Heidepol wordt voor steeds meer mensen een dierbare plek waar ze de kracht van de natuur kunnen ervaren. In een gezond natuurlijk bos op de hoge zandgronden van de Veluwe tref je een mengeling van vooral loofbos met daarin ook een aantal naaldbomen. En dan vooral van inheemse soorten. In zo’n gemend bos staan bomen van diverse leeftijden en zijn er open plekken waar later weer nieuwe bomen het licht en de ruimte krijgen om uit te groeien tot statige bosreuzen. Die open plekken zijn ook goede leefgebieden voor bijzondere soorten, zoals bijvoorbeeld bosmieren, de groene specht, de zandhagedis en de wespenorchis. Op diverse plekken in het bos op Heidepol tref je nu nog veel Amerikaanse eiken en Douglas sparren aan. Bomen die hier zijn aangeplant voor de houtproductie, maar die hier niet van oorsprong voorkomen. Deze winter pakken we weer enkele van deze plekken aan en gaan we beuken planten. Om dat te kunnen doen, maken we open plekken in het bos waar meer licht komt, zodat de natuur verder kan groeien. Daarmee ontstaan ook weer nieuwe plekjes die mensen kunnen kiezen als laatste rustplaats. Wilt u meer weten over de natuurontwikkeling op Heidepol? Loop dan even binnen in het informatiecentrum of spreek de natuurbeheerder aan die in het veld rondloopt. We vertellen u er graag over.

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Het is herfst

26 september 2018

Als je tijdens de herfst regelmatig in het bos loopt, is de kans groot om geraakt te worden door een eikel. Niks persoonlijks hoor. Gebeurt gewoon. Dit jaar was de kans erg groot dat je een keer geraakt werd. Massaal vielen de eikels op de grond en soms op iemands hoofd. Als er veel eikels zijn, wordt het een goed mast jaar genoemd. En dieren profiteren daar weer van. Eikels worden gegeten door wilde zwijnen, runderen, muizen, maar ook door vogels zoals gaaien. Waar een wild zwijn voor de voet weg eet en geen zorgen lijkt te hebben voor de dag van morgen, verzamelt de gaai eten voor in winterse tijden. Hij of zij doet dat door eikels te verstoppen onder de grond. Als een gaai door heeft dat ie in de gaten wordt gehouden door andere dieren, dan neemt ie de eikel weer mee. Later komt ie terug om de eikel als nog te verstoppen. Met het verstoppen van eikels gaat de gaai zeer voortvarend aan de slag, zodat ie zeker genoeg heeft. Niet alleen de gaai zelf profiteert van deze wintervoorraad, maar bijvoorbeeld ook muizen. Sommige dieren komen de wintervoorraad per ongeluk tegen, maar er zijn er ook die er naar op zoek gaan. Alsof ze het weten, en soms doen ze dat ook. Ook de eik zelf profiteert van de verstopdrift van de gaai. Een aantal eikels zal namelijk niet worden teruggevonden en zullen uitgroeien tot nieuwe eiken. Daarmee zorgt de gaai voor de verspreiding van de eik. Sterker nog, zonder onder andere deze gaai, zouden de nieuwe eiken groeien op de plek waar de oude eik al staat en dat schiet natuurlijk niet op. Als ze al niet allemaal opgegeten zouden worden door de zwijnen. De gaai verstopt zoveel eikels, omdat ie moet overleven tot het voorjaar, als de insecten er weer zijn. De insecten zijn in het voorjaar de belangrijkste voedselbron voor de groei van de jonge gaaitjes. Dat met de afname van het aantal insecten de bestuiving en bevruchting van planten en bomen in het gedrang komt is duidelijk. Dat verwacht je niet bij windbestuivers zoals de eik. Maar als de jonge gaaitjes door insecten tekort de herfst niet halen, wie verstopt dan de eikels onder de grond, zodat de zwijnen en runderen ze niet op eten? De natuur is zo sterk verweven dat de afname van het aantal insecten, zelfs effect heeft op de voortplanting van bomen. Ook al zijn ze niet primair afhankelijk van de bestuiving door insecten. Voor een eikenbos zijn insecten dus van groot belang. Met vriendelijke groet, René Poll