Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

Vliegenvangende luchtacrobaten

De dagen worden langer en knoppen bloeien uit tot prachtige bloemen of verse groene blaadjes. Blaadjes die gegeten worden door larven van vlinders, kevers en andere insecten. Deze larven worden weer gegeten door andere insecten of vogels, of dienen als voer voor de jonkies die net uit hun ei zijn gekropen. Jonge vogels eten een veelvoud aan lichaamsgewicht voor de groei. Er moeten dus heel wat rupsen, vliegjes of andere insecten gevangen worden, willen alle vogels zo groot en sterk worden als hun ouders. Sommigen vangen op meesterlijke wijze al vliegend de vliegjes en muggen uit de lucht, wendbaar en snel. Zwaluwen hebben dit tot een kunst verheven. Als ware luchtacrobaten vliegen ze op hoge snelheid hoog in de lucht hun kostje bij elkaar, wat dagelijks neerkomt op duizenden vliegjes, mugjes of andere insecten.

Nederland telt drie soorten zwaluwen: de boerenzwaluw, de huiszwaluw en de oeverzwaluw. In april komen ze na een vlucht van zo’n 9.000 km vanaf zuidelijk of midden Afrika weer terug in Nederland. Vrijwel altijd weer op hetzelfde nest; onvoorstelbaar hoe ze zo precies de weg weten. In mei komen de eerste van de drie tot zes eitjes uit en worden de jongen volgestopt met alle vliegen en muggen die de ouders maar kunnen vangen. De boerenzwaluw (de meest bekende zwaluw) heeft twee tot drie legsels per jaar en dus evenzoveel hongerige kinderen. Zwaluwen bouwen hun nesten in oude bomen, maar ook onder dakranden en schuren. Je komt ze dus overal tegen.

Een hele bijzondere zwaluw, die eigenlijk helemaal geen zwaluw is, is de gierzwaluw. In de evolutie hebben beide vogelsoorten een zelfde aanpassing doorgemaakt en kennen ze nu een vrijwel dezelfde levenswijze. De gierzwaluw komt in het voorjaar vanuit midden Afrika naar Nederland gevlogen. Bouwt hier een nest, legt eieren, brengt zijn kroost groot en vliegt in augustus weer terug naar Afrika. Het bijzondere van deze vogel is dat hij nooit aan de grond komt. De gierzwaluw eet, drinkt en slaapt al vliegend door de lucht. Behalve om te broeden; dat doet -ie in een nest in een oude boom of in of langs daken.

De gierzwaluw is overigens goed te onderscheiden van de echte zwaluw. Als hij vliegt lijken zijn gespreide vleugels samen een sikkel te vormen. En zodra hij laag vliegt, is duidelijk aan het gierende geluid te horen waar -ie zijn naam aan te danken heeft. Gierzwaluwen vliegen veelal in groepen en kwetteren er daarbij vrolijk op los met elkaar.

Als je de zwaluwen (en jezelf) een plezier wil doen, hang dan nestkasten op rondom je huis. Zeg nou zelf; in plaats van het brommen van een vlieg, hoor jij toch ook liever het kwetteren van een zwaluw?