Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

Landgoed Mookerheide

De bouwers van een gezonde bodem

Eindelijk, we gaan richting winter. Lekker vriezen, sneeuw en ijs. We zien er nu al naar uit. Wandel- en schaatstochten met een waterig zonnetje, gure wind en erwtensoep natuurlijk! Heerlijk om zo van de seizoenen te genieten. Het is alleen nog niet zover. We staan aan de vooravond van de winter; de herfst is over zijn hoogtepunt heen. Vruchten zijn rijp: geplukt, gepikt of gevallen. Bladeren worden ontdaan van hun belangrijke bouwstoffen, om te worden hergebruikt in de boom of struik, en vallen vervolgens op de grond. Gelukkig is niet alles uit het blad en kunnen schimmels en bacteriën aan de slag met het afbreken ervan. Zo vervalt het blad langzaam in steeds kleinere delen.

Ook leven er kleine dieren in deze humuslaag, die aan het ontstaan is na jaren van bladval. Dieren met zes poten, acht poten en soms wel duizend poten. Zelfs dieren zonder poten. Dat is maar goed ook. Wormen zijn namelijk één van de belangrijkste transporteurs in de bodem. Zonder wormen blijven de bladeren en humus op de bodem liggen, kan water lang niet zo snel de bodem in en vindt er minder uitwisseling plaats van gassen. Wormen zijn er in allerlei soorten en maten. In Nederland komen zo’n 25 soorten wormen voor (wereldwijd wel 7.000!).

De in Nederland levende wormen zijn in te delen in grofweg drie groepen, ze leven: in de strooisel laag, in de bodem en bewegen daar hoofdzakelijk horizontaal of in de bodem en maken daar verticale gangen. Deze laatste groep wordt ook wel pendelaars genoemd. Ze pendelen op en neer in dezelfde gang, dag in dag uit, het hele jaar door, wel zeven jaar lang (zo oud kunnen ze worden). In deze gang trekken ze humus, maar soms ook hele bladeren mee naar binnen. Natuurlijk geen grote bladeren zoals van een esdoorn. Maar wel kleine blaadjes. Deze trekken ze aan het steeltje hun gangetje Na enige tijd is het blaadje een beetje zacht en vormt het een lekker hapje voor de worm.

Er komt gelukkig steeds meer belangstelling en waardering voor de worm. Door die belangstelling komen we ook meer te weten over het beestje. Zo houdt -ie niet van zure bodems en zal daarom nauwelijks te vinden zijn in bossen met enkel naaldbomen. De afgevallen naalden hebben een verzurend effect en ze verteren nauwelijks. Door in naaldbossen de laag naalden te verwijderen en loofbomen te planten, wordt de humuslaag weer een plek waarin de worm zich thuis voelt. Linde is bijvoorbeeld een boomsoort die steeds vaker wordt aangeplant. De bladeren van de linde zijn namelijk basisch. De humuslaag en bodem worden hierdoor minder zuur. Fijn voor de worm en fijn voor ons, want daarmee wordt het bos ook een stuk robuuster. Een gezonde bodem is van levensbelang voor een gezond bos. De lindes brengen ook weer kleur in het bos, zeker in het najaar. Bladeren verkleuren prachtig en na het loslaten van de tak, dansen de lichte lindeblaadjes als balletdansers door de lucht. En als dat gebeurt, komt de winter eraan. Lekker vriezen, sneeuw en ijs. We kijken ernaar uit!