Natuurbegraven Nederland

De berk een echte pioniersboom

7 augustus 2018

Met het weer van de afgelopen weken lijkt het zo maar mogelijk, want wat is het droog! Voorlopig lijkt er nog geen verandering in te komen. Zo ’s avonds in de avondzon is het wel genieten, koffie erbij, heerlijk. En als we dorst hebben, lopen we even naar de kraan.

Helaas is dat voor de natuur wel een stuk lastiger, vooral voor de jonge aanplant in onze natuurgebieden. Die heeft zich nog niet goed kunnen wortelen in de grond en heeft daarom veel moeite om water te vinden. De bomen die zich van nature als eerste vestigen in een gebied, de zogenaamde pionierbomen, weten wat het is om alleen in een open vlakte te staan en hebben zich er tegen gewapend. De berk is zo’n voorbeeld. Hij gaat snel een samenwerking met bodemschimmels aan, die hem helpen om voeding en water te vinden. Maar de berk heeft nog meer slimmigheden in huis: zijn bast. De witte bast weerkaatst niet alleen de hitte van de zon, maar de kurkachtige bast is ook nog eens ondoordringbaar voor water. Dat wisten ze lang geleden ook al. Berkenbast werd gebruikt voor het bekleden van kano’s en als dakbedekking.

Als de berk een te kort aan water krijgt, dan laat hij snel zijn blaadjes vallen (oudste blaadjes eerst). Zo probeert hij te overleven. Maar voordat hij zijn blaadjes laat vallen, trekt hij eerst nog alle belangrijke mineralen en bouwstoffen eruit. Dat kun je zien aan het geel verkleuren van de blaadjes. Die mineralen en bouwstoffen gebruikt hij voor nieuwere blaadjes of voor de nieuwe blad-/katjesknoppen voor het volgende jaar. Dat de berk zo slim in elkaar steekt is haast ongelofelijk. Niet alle planten en bomen kunnen even snel de bladeren laten vallen. Maar de berk heeft zich erop aangepast. Hij kan zo makkelijk overleven als pionierboom, als de omstandigheden niet ideaal zijn.

De berk kent veel praktische toepassingen. De lange en dunne twijgen van een berk werden vroeger gebruikt voor bezems. Twijgen als een bosje samen gebonden aan een dikkere tak. Ik weet nog dat mijn opa ze vroeger zelf maakte. Hij kon dan ook niet wennen aan die “nieuwerwetse” bezems. Ook praktisch is de schilferige bast, die makkelijk als laagjes eraf te trekken is. De berk heeft daar niet veel last van en voor de kampeerders is het heel fijn. Door de kurkachtige structuur van berkenbast, neemt de schilferige bast geen water op. Ideaal om een vuurtje mee aan te maken, zelfs na regen.

Tja regen. Soms verlang je gewoon naar regen. Okay, misschien niet iedereen, maar ik wel. Zeker ook als de eerste regendruppels vallen op de droge grond, dan ruikt het zo lekker. Laatst kwam dit ter sprake en bleken meer mensen deze geur fijn te vinden. Zou het evolutionair zijn vast gelegd in onze genen dat we die geur lekker vinden? Dat de geur een periode van regen (en eten) markeert, na een periode van droogte en honger? Bijzonder is het dan, dat we voor deze geur eigenlijk helemaal geen woord hebben? De Engelsen hebben er wel een mooi woord voor, ze noemen deze geur: petrichor.

Zomerse groet, René Poll