• Huis ter Heide
  • Natuurbegraven Nederland
  • Natuur
  • Organisatie

Watersnuffels, keizerlibellen en de kleine parelmoervlinder: het gonst op de natuurbegraafplaats

Een watersnuffel vliegt boven de heide. Verderop verorbert een oeverlibel een nachtvlinder. Zijn vleugels vindt ‘ie niet lekker, die heeft ‘ie daarom afgeknipt. De zon breekt door en vele snortikkers reageren door te zingen. In het deskundige gezelschap van twee ecologen die in kaart brengen welke insectensoorten er voorkomen op Natuurbegraafplaats Huis ter Heide, valt veel te zien en te leren.

“Ik zag hier net een watersnuffel, een mooi gekleurde juffer.” Lesley Bezemer van Blom Ecologie zit, uitgerust met een camera met flinke zoomlens, geknield op het heischraal grasland aan de Loonsche Baan. Terwijl hij weer opstaat, pakt hij zijn telefoon erbij om zijn waarneming direct te registreren.

Verderop struint zijn collega Daan Knoops door het veld. “We zoeken vandaag naar dagvlinders, sprinkhanen, krekels en libellen. Kijk, hier recht voor onze neus hangt er eentje in de lucht. Een grote keizerlibel is dit.”

Met zijn ogen volgt hij het diertje, terwijl hij vertelt: “Er is geen water hier op de natuurbegraafplaats. De grote hoeveelheid aanwezige libellen is dus opvallend. Ze komen vanaf de vennen een stukje verderop in het natuurgebied hierheen om voedsel te zoeken. Foerageren heet dat. Het impliceert dat er hier veel insecten voor hen te vinden zijn.”

Goed teken

Verderop staat Lesley intussen geboeid te kijken naar iets kleins op het topje van zijn vinger. “Een vervellingshuidje van een sprinkhaan, dat aan een polletje heide hing. Op dit stukje zitten veel snortikkers en bruine sprinkhanen, dus er hangen er vast nog meer. Ze zijn heel ielig, dus bij een zuchtje wind vliegt zo’n huidje meteen  weg. Ja, daar gaat ‘ie al.”

Eerder dit jaar werden ook de planten- en broedvogelsoorten al geïnventariseerd. Hoewel er op Natuurbegraafplaats Huis ter Heide veel relatief jong bos staat, kwam vogelexpert Daan een aantal soorten tegen die je in oudere bossen zou verwachten. “De bonte vliegenvanger en de gekraagde roodstaart bijvoorbeeld. Dat is een goed teken. Er zijn dus blijkbaar voldoende nestlocaties en insecten voor deze vogels.”

Een houtduif, een heel algemene soort, trekt nu even zijn aandacht: “Die vloog daarnet op uit het topje van een spar, maakte een rondje, klapte een paar keer met zijn vleugels en landde weer in dezelfde boomtop. Een typische baltsvlucht, waarmee hij mooi liet zien: dit is mijn territorium.”

Zeldzame soort

Dan roept Lesley een stukje verderop ineens: “Er komt een zuidelijke keizerlibel jullie kant op! Daar!”

Daan ziet ‘m nu ook. “Hele felgroene ogen heeft ‘ie. En een blauw zadel. Zijn naam zegt het al, deze is opgerukt vanuit mediterraan gebied. Inmiddels planten ze zich in Nederland ook voort, maar het is wel nog een meer zeldzame soort. In dit gebied is ‘ie pas één keer eerder waargenomen.”

Lesley is alweer door z’n knieën gezakt en tuurt ingespannen naar een kleinere libel boven een heidestruikje. “Om de exacte soort te bepalen, moet ik ‘m recht in het gezicht kunnen kijken. Deze heeft een zwarte tekening, een hangsnorretje. Het is dus  een steenrode heidelibel.”

Het enthousiasme van de twee ecologen werkt aanstekelijk. “Het is natuurlijk ontzettend rustgevend om in dit gebied ons werk te mogen doen. Ook voor ons een buitenkansje!”

Parelmoervlinder

Zélfs op een dag dat er wat minder vlinders rondfladderen. “De droogte van de afgelopen weken speelt mee. De heide moet nog in bloei komen maar laat al bloemknopjes vallen. Dat heeft invloed op de hoeveelheid beschikbare nectar. Bovendien verdrogen sommige waardplanten waar vlinders hun eitjes op leggen sneller. Rupsen hebben dus minder overlevingskans.”

Wat later op de dag, als de zon nog wat uitbundiger schijnt, komen er toch wat meer vlindersoorten tevoorschijn: “Hooibeestjes, citroenvlinders, kleine vuurvlinders, bruin zandoogjes. En we zagen net een kleine parelmoervlinder. Die is wat schaarser in Nederland. Kijk, ik heb hem op de foto!”

Dit verhaal is een sfeerimpressie van een insecten-inventarisatie. De resultaten van de volledige inventarisatie op Natuurbegraafplaats Huis ter Heide worden omstreeks oktober verwacht.