• Natuurbegraven Nederland
  • Organisatie

in De Telegraaf Landelijke aandacht voor natuurbegraven

Steeds meer mensen kiezen ervoor om na hun overlijden terug te keren naar de natuur. Wat ooit begon als pionieren, is uitgegroeid tot een brede beweging. Dat blijft niet onopgemerkt. Op zaterdag 21 februari 2026 verscheen in De Telegraaf een paginagrote reportage over de opkomst van natuurbegraafplaatsen in Nederland.

Onder de titel ‘Op natuurlijke wijze eeuwige rust’ schetst auteur Pieter van Erven Dorens hoe natuurbegraven zich in korte tijd heeft ontwikkeld tot een serieus alternatief binnen de uitvaartwereld: “Het is een volwaardige derde categorie geworden naast traditioneel begraven en cremeren.”

De groei is volgens de krant opvallend. “In 2014 werden nog geen vierhonderd mensen begraven op een natuurbegraafplaats, tegenwoordig zijn het er jaarlijks tienmaal zoveel. Overal schieten natuurbegraafplaatsen uit de grond.” Wat mensen aantrekt aan natuurbegraven? De eeuwige grafrust en het groene karakter.

Een wandeling in plaats van een grafbezoek

In de reportage komt ook Natuurbegraven Nederland uitgebreid aan bod. Roy van Boekel vertelt over het ontstaan van Heidepol, één van onze eerste natuurbegraafplaatsen: “Van Boekel stond in 2012 mede aan de wieg van natuurbegraafplaats Heidepol, op een landgoed van 25 hectare bij Arnhem. ‘Dat terrein stond gewoon te koop op Funda. Nu liggen er zo’n 3500 mensen begraven. Ik verwacht dat een dezer jaren het laatste plekje gereserveerd zal zijn.’”

Ook natuurbegraafplaats Huis ter Heide wordt beschreven, gelegen in een landschap van heide en bos. Daar krijgt een grafbezoek een andere betekenis: “‘Het bezoek aan een graf wordt zo een wandeling in de natuur. Vanuit die gedachte zijn natuurbegraafplaatsen ook begonnen. Het is een derde categorie naast traditioneel begraven en cremeren’, aldus Van Boekel.”

Die gedachte – opgaan in het landschap, zonder blijvende zichtbare markering – vormt de kern van natuurbegraven. Zoals de krant schrijft: “Het belangrijkste verschil met een ‘gewoon’ graf is dat er van een natuurgraf op den duur geen spoor overblijft.” Geen rijen stenen, geen strakke vakken, maar een plek die uiteindelijk volledig terugkeert naar de natuur.

Zekerheid voor altijd

Eeuwige grafrust is voor veel mensen een doorslaggevende reden om te kiezen voor natuurbegraven. In het artikel wordt uitgelegd hoe die belofte juridisch is vastgelegd: “Om eeuwige grafrust waar te maken, ligt er op iedere natuurbegraafplaats een zogeheten kwalitatieve verplichting bij het Kadaster. Daarin staat dat iedere opvolgende eigenaar de locatie moet respecteren.”

Daarnaast wordt ook onze langetermijnvisie benoemd: “In de toekomst schenkt Natuurbegraafplaatsen Nederland alle natuurbegraafplaatsen aan Natuurmonumenten. Zij dragen zorg voor de natuur in het gebied, dat altijd openbaar toegankelijk blijft.”

Blik op de toekomst

De ontwikkeling staat niet stil. De Telegraaf noemt ook ons grootste project tot nu toe: “Natuurbegraven Nederland werkt in de Randstad nu wel aan zijn grootste project tot nog toe: een natuurbegraafplaats in de Bonnenpolder nabij Rotterdam. Samen met Zuid-Hollands Landschap is hier 154 hectare gekocht van de adellijke familie Van Rijckevorsel. Op dertig hectare komt een begraafplaats met maar liefst tienduizend plekken.”

De reportage laat zien wat wij dagelijks ervaren: natuurbegraven voorziet in een groeiende behoefte. Een behoefte aan rust, aan eenvoud, aan verbondenheid met het landschap en aan zekerheid voor altijd. Dat een landelijke krant hier uitgebreid bij stilstaat, bevestigt dat natuurbegraven inmiddels stevig geworteld is in Nederland. En dat steeds meer mensen bewust kiezen voor een laatste rustplaats midden in de natuur.