Huub en Connie Raijmakers kozen hun natuurgraf al in 2017, jaren voordat het nodig was. Onlangs wandelden we samen terug naar hun plek aan het pad Heidezicht, waar het bos overgaat in open veld. Een verhaal over een bewuste keuze, een hechte band met de natuur, en een plek die in bijna tien jaar tijd is uitgegroeid tot een bloeiend stukje Maashorst.
Ze zijn ervaren wandelaars. Connie loopt de Vierdaagse al sinds haar zestiende. Samen liepen ze de West Highland Way in Schotland, de Wicklow Way in Ierland en talloze ultralange afstanden in Engeland en Duitsland. Meerdere keren voltooiden ze de Centurion: honderd mijl binnen 24 uur. Voor hen is de natuur geen kwestie van soorten benoemen. Het is een gevoel. Het is erin zíjn.
Dat gevoel bracht hen ook naar Maashorst. Connie zag jaren eerder een natuurbegraafplaats tijdens een wandeltocht bij Apeldoorn en raakte meteen geïnteresseerd. Toen het stel tijdens de OLAT-wandeling letterlijk door de Maashorsthoeve heen liep en daar medewerker Noortje tegenkwam, een bekende van het hardlopen, volgde alles in een stroomversnelling. Van interesse naar een concrete afspraak. Van een afspraak naar een plek.
“We gingen eerst zelf kijken,” vertelt Huub. Ze kozen een plek in de overgang van bos naar veld. Vertrouwd gebied, want Huub groeide op in Uden, vlak bij natuurgebied De Maashorst. “Het voelde vanzelfsprekend. Bekend. Thuis.”
Connie twijfelde lang over de vorm van afscheid nemen. Haar familieleden zijn gecremeerd en daarna uitgestrooid. Dat gaf haar altijd het gevoel dat het leven eindigt in een niets. Een vaste plek, een duidelijk punt in de natuur, doet voor haar iets anders. Voor Huub en Connie stond daarom vast: geen crematie, maar een eeuwigdurend natuurgraf zonder zorgen om onderhoud in de toekomst. Op een plek waar ze allebei ooit deel worden van het landschap dat ze al zo goed kennen.
Fotograferen doet Huub al zijn hele leven, bijna instinctief, en ook op deze wandeling naar de plekken die ze destijds uitkozen, heeft hij zijn camera voortdurend binnen handbereik. Aangekomen bij de gedenkbomengroep zien ze dat twee bomen intussen geplant zijn. De grote beuk die precies voor hun plekken staat, is uitgegroeid tot een herkenningspunt zodat het in de toekomst heel eenvoudig is om hun eigen natuurgraven terug te vinden.
Wat Huub en Connie vooral opviel? Hoeveel het kruidenrijke grasland is veranderd sinds 2017. Bijna tien jaar natuurontwikkeling heeft zijn sporen nagelaten. Ze horen over wilde peen, de waardplant van koninginnenpage, en over de steenanjer. Een plant met kleine felroze bloemetjes die op de Rode Lijst staat, de officiële lijst met bedreigde en verdwenen plantensoorten in Nederland. Meer dan tweehonderd kruiden- en plantensoorten zijn inmiddels geteld op de velden. Het aantal libellensoorten steeg van zeven naar drieëntwintig. Sinds 2024 broedt er zelfs een nachtzwaluw, waardoor het aantal broedende vogelsoorten uitkomt op eenenveertig.
Connie en Huub keken hun ogen uit. Niet omdat ze de natuur niet kenden, maar omdat ze zagen hoe ver die natuur inmiddels is gekomen. Precies op de plek waar zij ooit voor kozen.
Na thuiskomst schreven ze ons een bericht, en deelden foto’s van hun plek en van de wandeling.
“Wat hebben Huub en ik toch veel geleerd. In de eerste plaats over onszelf, maar ook over het reilen en zeilen van de natuurbegraafplaats en over de natuur zelf,” schreef Connie. “Het was heel fijn om te voelen dat die laatste plek in ons leven niet ‘niks’ is, maar een duidelijke en prachtige plek, waar we ons thuis voelen.”
Precies dat is waar het om draait. Een natuurgraf is geen einde in het niets. Het is een plek die blijft, die groeit, en die je bij leven al kunt kennen.