Deze plek ontstond lang geleden en kent vele verhalen. Rond 1700, als de Maas haar uitstroom steeds verder in zuidelijke richting verlegt, wordt de rivierbedding groter en ontstaat ‘de Haak van Holland’, later Hoek van Holland. Om de Bonnenpolder loopt een getijdenkreek die we nu nog steeds tegenkomen in het gebied: de Rel.
Rond 1850 komen de eerste bewoners in het gebied en ontstaat een eerste aanzet van bebossing rondom het Staelduin. Op de vruchtbare droge gronden van het Westland komt de tuinbouw tot ontwikkeling. In 1866 start men daarom met het graven van de Nieuwe Waterweg, dwars door de Hoek van Holland. Rond 1955 komt de glastuinbouw in het Westland tot ontwikkeling en omsluiten kassen geleidelijk de polders en het Staelduin. Het is bijzonder dat deze eeuwenoude polder in zijn bestaan nauwelijks zichtbare veranderingen heeft ondergaan.
Vooral het Staelduinse Bos kent een roerige tijd in de Tweede Wereldoorlog, als de Duitsers een omvangrijk ‘bunkerdorp’ bouwen in het zuidelijk deel van het bos. Veel van die munitie- en manschappenbunkers staan er nu nog, overgroeid en vooral als de bomen in blad staan soms nauwelijks zichtbaar. De betonnen kolossen zijn stille getuigen van een bewogen geschiedenis en bieden nu vooral een welkom thuis voor de verschillende soorten vleermuizen in dit gebied.
Ook vlakbij de natuurbegraafplaats vindt u nog een bunker, die nu een weids uitzicht biedt over deze nieuwe natuur. Deze wandelroute voert u langs verschillende overblijfselen van de oorlog.
Met een lang bestaan van een gebied komen ook meerdere eigenaren. In 1371 kreeg de heer van Naaldwijk de Staelduinen in erfpacht. Later werd het Staelduin bewoond door een ‘duinmeijer’: een pachtboer die aangesteld was door de grafelijkheid om toezicht te houden op dit gebied.
In de 18e eeuw kwam het Staelduin in particuliere handen. Via vererving en het huwelijk tussen Jacobus Josephus van Rijckevorsel en de rijke Hendrica van Oosthuyse kwam het in eigendom van de familie Van Rijckevorsel. Deze familie begon rond 1850 de ontginning van het Staelduin. Het oostelijke deel werd vergraven voor landbouw, in het zuiden werd een groot deel van het duin beplant met bomen, bedoeld voor houtproductie. Het Staelduin verloor toen zijn oorspronkelijke karakter van duingebied en werd grotendeels een bos: het Staelduinse Bos.
De familie Van Rijckevorsel had het land heel lang in haar bezit, tot zij de laatste delen ervan verkocht aan Natuurbegraven Nederland en Stichting Het Zuid-Hollands Landschap.
Rond het jaar 1300 vestigden zich vissers op het Staelduin. In oude archiefstukken worden zij Staelluden genoemd. Ze visten op zalm, met netten en fuiken tussen staken of ‘stalen’, geslagen in de rivierbodem. Deze oude vorm van riviervisserij heette staelvisserij. Hoogstwaarschijnlijk kreeg het Staelduinse Bos, en daarvan afgeleid deze natuurbegraafplaats, zo haar naam.