Natuurbegraven Nederland

Heidepol

Maashorst

Schoorsveld

De intelligentie van de natuur

Er zweeft van alles door de lucht. Het eerste waar je dan aan denkt, zijn vogels, vlinders of wellicht zelfs een vleermuis. Nog kleiner zijn het de parasolzaden van een paardenbloem of kleine diertjes zoals muggen, bijen of rupsen. Okay, die rupsjes zweven niet helemaal vrij door de lucht, ze hangen aan een dun draadje. Zoals je ook in de zweefmolen hangt. Zwevend in de wind. Verschil is dat de rups het draadje zelf maakt en dat het bittere noodzaak is. Waarschijnlijk werd de rups achterna gezeten door een vogel en heeft ie zich van het blad laten vallen of verplaatst hij zich zo naar een andere plek. Bijvoorbeeld naar de grond om er zich te verpoppen.

De meeste rupsen die zo aan een draadje hangen zijn bladrollers. En hoe herken je een bladroller? Juist, die rolt het blad op. Maar zoveel bladrollers, zoveel manieren om het blad op te rollen. Sommigen zitten op het topje van een takje en trekken alle jonge bladeren als een propje bij elkaar. Sommige “plakken” twee blaadjes aan elkaar en gaan daar tussen zitten. Sommigen rollen een blaadje letterlijk op tot een rolletje. Ze doen dit om zich te beschermen tegen vogels en alle andere bedreigingen. Rupsen zijn namelijk een favoriete snack van vogels, want ze zitten boordevol met eiwitten. Dit is precies wat vogels nodig hebben om aan te sterken na een lange vlucht uit Zuid-Europa of Afrika, en dient als krachtvoer voor hun opgroeiende kuikens. De rupsen hebben verschillende technieken “bedacht”, of beter gezegd uitgeselecteerd, om aan de vogels te ontkomen. Ten eerste zijn het hele snelle groeiers. In korte tijd, vaak maar enkele weken, vreten ze zich helemaal vol. In deze tijd worden ze tot wel 1000 keer zwaarder dan toen ze uit het ei kwamen. Hoe sneller ze verpoppen, hoe kleiner de kans dat ze gezien en gepakt worden. Een pop is namelijk wat minder smakelijk dan een vers rupsje. Een ander beproefde tactiek is het hebben van haren of een hele vieze smaak. Sommige rupsen zijn gecamoufleerd en lijken op een takje, doorn of vogelpoep. Anderen zien er juist heel gevaarlijk uit met felle kleuren of stekels. Nog anderen worden beschermd door andere dieren of zijn zelfs giftig. En de vogels zitten natuurlijk ook niet stil en passen zich daar weer op aan. Bijvoorbeeld de koekoek, die eet hele harige rupsen.

Even terug naar de bladroller, het draadje waar hij aan hangt, perst hij net zoals de zijderups uit zijn eigen lijf. Met dezelfde draadjes rolt of plakt hij ook de bladeren op elkaar. Dus als je weer een rups aan een draadje voorbij ziet zweven in het bos, verwonder je dan over de intelligentie van de natuur. Een intelligentie die onze verbeeldingskracht vaak te boven gaat. Zijn wij als mensen wel intelligent genoeg om de intelligentie van de natuur te zien?

Het is daarom goed dat we met zijn allen veel doen om de natuur te behouden en om meer natuur te maken. Want hoe diverser de natuur is, hoe meer we ons kunnen verwonderen!