Maashorst

De berk en berkenteer

Dat onze voorvaderen heel lang geleden nog te velde moesten om hun kostje bij elkaar te verzamelen, kunnen wij ons haast niet meer voorstellen. Met de mannen, de jagers uit het kamp, de wildernis in, om vervolgens (soms enkele dagen later) terug te keren met hopelijk wat te eten. Jagers en verzamelaars werden steeds slimmer in het gebruik van dat wat de natuur te bieden had.

Van de steentijd tot in de bronstijd werden vuurstenen schrapers, pijlpunten, speerpunten en bijlen gebruikt. De jacht op dieren werd geleidelijk aan minder en de mensen gingen steeds meer leven van de landbouw en veeteelt. Maar zolang de mens moest jagen om te overleven, had hij daarvoor ook de juiste materialen nodig zoals speren, pijl en boog, en de atlatl: een hefboom ouder dan de handboog om pijlen weg te gooien. De vuurstenen pijl en speerpunten moesten goed vastgezet worden in de schacht. Maar, hoe deden ze dat nou?! Hier komt o.a. de berk om de hoek kijken. Naast naaldbomen, was en is de berk een boom waar een teerachtige substantie uitgehaald kan worden, oftewel lijm. Door de bast van de berk te verhitten in een pot, zonder dat deze direct verbrandt, komt er berkenteer vrij. Een zwart goedje dat als het warm is, vloeibaar is, maar zodra het afkoelt een stugge substantie wordt. Ideaal om vuursteen vast te zetten in het hout. Wat heeft de natuur toch veel te bieden en: hoe kwamen ze erop?!

Op de foto’s zie je berkenteer en enkele pijlpunten. Deze heb ik zelf gevonden. De pijlpunt met weerhaken is afkomstig uit natuurgebied de Maashorst.

Marcel Janssen