‘Het landgoed gaat weer landgoed worden'

Ooit was Nederland paars. De Mookerheide was honderd jaar geleden net als de helft van ons land één groot heidegebied. Onze partner Natuurmonumenten zet zich hier al sinds 1926 in voor het behoud van dit unieke landschap.

‘Een grote paarse gloed. Het moet vroeger een ontzettend fraai gezicht zijn geweest. Zeker met dat glooiende landschap. Iedereen kent het toponiem Mookerheide. De Slag om de Mookerheide. Loop naar de Mookerhei. In een hutje op de Mookerhei. Het landgoed met het jachtslot is maar een klein onderdeel van het totale gebied. De Mookerheide bestrijkt het hele gebied tussen Nijmegen, Mook en Milsbeek. Omdat je er koeien, schapen en geiten kon laten grazen, was de heide economisch van grote betekenis. Maar door de ontdekking van kunstmest en vooral de enorm groeiende vraag naar hout werd vrijwel het gehele gebied vanaf het einde van de negentiende eeuw bebost met grove dennen. Het bos is dus nog relatief jong. Opnieuw was de economie leidend voor het landschap. Zo was er enorm veel vraag uit de mijnbouw naar stuthout. De grove den leende zich hier uitstekend voor. Maar de bebossing ging wel ten koste van de heide. Om het unieke landschap te beschermen, kocht Natuurmonumenten in 1926 het laatste heiderestant van enig formaat dat ook al nagenoeg bebost was. Het was onze eerste aankoop op de stuwwal: een schitterend stuk open geaccidenteerde heide. Ik kan me de Mookerheide niet voorstellen zonder heide. Hoewel ik zelf een man van water en polderlandschappen ben, vind ik de heide wel heel karakteristiek en aantrekkelijk. Zeker hier met al die hoogteverschillen. In 1987 werd Natuurmonumenten eigenaar van het landgoed. Vooral het jachtslot en de prachtig gerestaureerde kassen met nutstuinen springen in het oog. De uitheemse boomsoorten die ooit in het parkbos zijn aangeplant, zoals platanen, zilversparren en andere dennensoorten, houden we bewust in stand. In het bos willen we juist minder exoten en meer inheemse soorten. Bij de herontwikkeling gaat het landgoed weer veel meer landgoed worden. Wat echt heel typerend is voor het landgoed zijn de boomboeketten, zoals de zevenstammige eik. Maar een landgoed onderscheidt zich niets eens zozeer door het type natuur. Het zit hem vooral in de beleving. Een laan is toch net weer even anders dan een bospad. Het landgoed gaat weer veel meer landgoed worden. Een belangrijke wens binnen de herontwikkeling is het restaureren en een herbestemming voor het jachtslot. Natuurbegraven vind ik ook goed passen op het landgoed. Een eigentijds en sympathiek fenomeen. Aan de ene kant gaat de samenleving steeds sneller en komen we steeds verder van de natuur af te staan. Maar tegelijkertijd zie je een soms bijna onbewuste onderstroom van een zucht en hang naar roots, authenticiteit en de natuur. Wat ik ook bijzonder vind is de eeuwige grafrust. Het opgaan in de natuur. Je zadelt nabestaanden nergens mee op. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen kiezen voor een laatste rustplaats in de natuur.’

Fons Mandigers – Gebiedsmanager beheerseenheid Natuurmonumenten